ECLI:NL:GHSHE:2006:AY6681
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.A. van Zon
- J.C.A.M. Claassens
- C.R.L.R.M. Ficq
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens overschrijding redelijke termijn en gebrek aan betekening verstekvonnis
De verdachte werd op 7 april 1997 verhoord en emigreerde in februari 1998 naar de Verenigde Staten, waarbij hij zijn vertrek aan de gemeente Ravenstein meldde. Op 6 juli 1998 werd het vonnis verstek gewezen. Pas op 2 december 2005 werd het vonnis aan de verdachte betekend toen hij Nederland binnenkwam. In de tussentijd heeft het openbaar ministerie geen enkele poging gedaan om het vonnis te betekenen, hoewel het adres van verdachte achterhaalbaar was.
De verdachte had in 2004 een nieuw paspoort aangevraagd en verkregen, waardoor de Nederlandse autoriteiten vanaf december 2004 op de hoogte waren van zijn verblijfplaats. Ondanks deze kennis werd het vonnis niet eerder betekend. Het hof oordeelt dat de redelijke termijn voor berechting met ruim zeven jaar en bijna zes maanden is overschreden, waardoor het belang van de verdachte bij niet-ontvankelijkheid prevaleert.
Het hof wijst het standpunt van het openbaar ministerie dat verdachte mede schuld zou hebben aan de overschrijding af, omdat verdachte redelijkerwijs heeft voldaan aan zijn verplichtingen om zijn adres door te geven. Het vonnis van de politierechter wordt vernietigd en het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn en het niet betekenen van het verstekvonnis.