ECLI:NL:GHSHE:2006:AY2283
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Teeffelen
- Kranenburg
- Bijleveld – van der Slikke
- Rechtspraak.nl
Verlening vervangende toestemming tot erkenning minderjarige ondanks bezwaren moeder
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de biologische vader vervangende toestemming mocht krijgen om zijn minderjarige zoon te erkennen, ondanks de weigering van de moeder. De moeder stelde dat erkenning het kind zou belemmeren in zijn sociaal-psychologische ontwikkeling vanwege haar eigen psychische onrust en de daardoor ontstane problemen bij het kind.
De rechtbank had reeds vervangende toestemming verleend, waarop de moeder in hoger beroep ging. Tijdens de mondelinge behandeling werden de vrouw, de man, een bijzondere curator en een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming gehoord. De vrouw voerde aan dat de raad onvoldoende onderzoek had gedaan naar de situatie en dat erkenning het kind zou schaden.
De bijzondere curator en de raad concludeerden echter dat erkenning in het belang van het kind was en dat er geen reëel risico bestond dat erkenning de ontwikkeling zou belemmeren. Het hof overwoog dat de situatie anders was dan in een eerdere zaak waarbij mishandeling was vastgesteld. Het feit dat de moeder hulp zocht werd als positief beoordeeld.
Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de rechtbank die vervangende toestemming tot erkenning verleende, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die tot een ander oordeel leidden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vervangende toestemming tot erkenning van de minderjarige door de biologische vader.