ECLI:NL:GHSHE:2006:AX9678
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Grapperhaus
- Spoor
- Rechtspraak.nl
Toekenning gefixeerde schadevergoeding wegens niet-naleving opzegtermijn volgens CAO metaalbewerkingsbedrijf
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de opzegtermijn van een arbeidsovereenkomst, opgezegd met toestemming van het CWI, mocht worden gekort met vier weken zoals bepaald in artikel 7:672 lid 4 BW Pro, of dat een langere termijn uit de CAO voor het metaalbewerkingsbedrijf van toepassing was. De werknemer, sinds 1969 in dienst en ouder dan 45 jaar, werd door de werkgever ontslagen wegens slechte financiële omstandigheden.
De werkgever had de arbeidsovereenkomst opgezegd met een opzegtermijn van 17 weken, verminderd met 4 weken, terwijl de werknemer stelde dat op grond van de overgangsbepaling in artikel XXI Wet Flexibiliteit en Zekerheid en de CAO de korting niet van toepassing was. Het hof stelde vast dat de CAO expliciet afwijkt van het wettelijke artikel en de korting buiten werking stelt, wat in overeenstemming is met de parlementaire geschiedenis en de overgangsregeling van de Wet Flexibiliteit en Zekerheid.
Het hof oordeelde dat de opzegging onregelmatig was omdat de werkgever niet de volledige opzegtermijn in acht had genomen. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding gelijk aan het loon met emolumenten over de periode van de niet in acht genomen opzegtermijn. Tevens werd de werkgever veroordeeld in de proceskosten. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en sprak opnieuw recht in hoger beroep.
Uitkomst: De werkgever is veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding wegens niet-naleving van de volledige opzegtermijn van 17 weken.