ECLI:NL:GHSHE:2006:AX3077
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.M. Bongaarts
- J.W. van der Voort
- F. Sonneveldt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van fictieve verkrijgingen bij kwijtschelding van schulden in successierecht
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of de kwijtschelding van schulden bij overlijden van de erflater als fictieve verkrijging in de successierechten moet worden meegenomen. De erven van de heer X betwisten de correctie van de Inspecteur die de kwijtscheldingen van twee leningen als fictieve verkrijgingen aanmerkt, omdat volgens hen geen onttrekking aan het vermogen van de erflater heeft plaatsgevonden.
Het hof heeft het geschil beoordeeld aan de hand van de overeenkomsten met de geldgevers A en C, waarin een kwijtscheldingsclausule bij overlijden is opgenomen. De Inspecteur stelde dat naast rente ook een premie voor een overlijdensrisicoverzekering was verschuldigd, hetgeen door de bijlage bij de pleitnota werd ondersteund. Het hof oordeelde dat het ontbreken van het woord 'premie' in de overeenkomsten onvoldoende is om te concluderen dat er geen onttrekking aan het vermogen heeft plaatsgevonden.
Het hof concludeerde dat de kwijtscheldingen feitelijk een vergoeding voor overlijdensdekking betreffen en daarmee als fictieve verkrijgingen moeten worden aangemerkt. Het beroep van de erven wordt daarom ongegrond verklaard en de aanslagen worden gehandhaafd. Tevens werd het beroep van de moeder van de erflater afgewezen wegens het ontbreken van een aanslag. Het griffierecht wordt niet vergoed en proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van de erven wordt ongegrond verklaard en de aanslagen successierecht worden gehandhaafd.