ECLI:NL:GHSHE:2006:AX3033
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Grapperhaus
- Slootweg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging arbeidsovereenkomst en loonvordering bij overgang onderneming
De zaak betreft een geschil tussen Transkona Logistik GmbH en werknemer [X.] over de beëindiging van een arbeidsovereenkomst na overgang van een deel van een onderneming. [X.] werkte als chauffeur en werd per 30 september 2002 door Transkona ontslagen. Transkona stelde dat de beëindiging was overeengekomen onder de voorwaarde dat [X.] een WW-uitkering zou ontvangen, wat niet is gebeurd.
De kantonrechter had de arbeidsovereenkomst ontbonden en een vergoeding toegekend, maar Transkona ging in hoger beroep. Het hof bevestigde de Nederlandse rechterlijke bevoegdheid en het toepasselijke Nederlandse recht. Het hof oordeelde dat de instemming van [X.] met beëindiging voorwaardelijk was en dat de voorwaarde (WW-uitkering) niet was vervuld, waardoor geen geldige beëindiging had plaatsgevonden.
Daarnaast werd een geschil over de zogenaamde “Pauschal” toeslag behandeld. Het hof vond dat [X.] onvoldoende had gespecificeerd welke onderdelen van de toeslag onder de CAO Beroepsgoederenvervoer vielen en wees dit deel van de vordering af. Het hof veroordeelde Transkona tot betaling van een aangepast bedrag aan loon met wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig was en veroordeelt Transkona tot betaling van een aangepast loonbedrag met rente en proceskosten.