ECLI:NL:GHSHE:2006:AX1351
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Teeffelen
- Philips
- Van der Linden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgangsregeling met initiatief bij minderjarige ondanks haar weigering contact met vader
In deze zaak ging het om het hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de rechtbank Breda die de omgangsregeling tussen haar dochter en de vader handhaafde. De dochter, inmiddels dertien jaar oud, had schriftelijk aangegeven geen contact met haar vader te willen. De moeder verzocht de omgangsregeling te wijzigen zodat de vader geen omgangsrecht meer zou hebben.
Het hof nam kennis van het eerdere PAR-onderzoek uit 2000 waaruit bleek dat de mening van de dochter in een latere leeftijdsfase zou kunnen wijzigen. Er waren geen contra-indicaties aan de zijde van de vader die omgang in de weg stonden. De rechtbank had het initiatief tot omgang bij de dochter gelegd, wat het hof bevestigde.
De moeder voerde aan dat de omgangsregeling de rust in het gezin verstoorde en dat de dochter de omgang als dwang zou ervaren. De vader stelde dat hij steeds pogingen had gedaan om contact te onderhouden en betrokken te blijven bij het leven van de kinderen, ondanks de weigering van de moeder tot communicatie.
Het hof oordeelde dat het recht op omgang ook een recht van de minderjarige is en dat de mening van de dochter bij de besluitvorming betrokken moet worden. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: Het hof bevestigt de omgangsregeling met initiatief bij de minderjarige ondanks haar wens geen contact met vader te hebben.