ECLI:NL:GHSHE:2006:AX1077
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- De Groot-Van Dijken
- Huijbers-Koopman
- De Kok
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens medische fout bij late diagnose hielbeenfractuur en gevolgen
Op 3 september 1999 liep appellante een letsel aan haar rechterenkel op na een val. Het ziekenhuis stelde aanvankelijk de diagnose van gescheurde enkelbanden. Röntgenfoto's van 8 september en 10 november 1999 toonden onvoldoende duidelijkheid voor een fractuur, maar de radioloog adviseerde een aanvullend CT-onderzoek bij verdenking van pathologie. Dit onderzoek werd echter niet uitgevoerd, waardoor de juiste diagnose van een calcaneusfractuur pas op 3 maart 2000 werd gesteld.
Appellante stelt dat het ziekenhuis nalatig was in het niet tijdig uitvoeren van het aanvullende onderzoek en het niet ontraden van belasting van haar voet, wat heeft geleid tot verergering van haar letsel en noodzaak tot een operatie in augustus 2000. Het ziekenhuis betwist aansprakelijkheid en voert aan dat ook bij tijdige diagnose dezelfde behandeling en uitkomst zou hebben plaatsgevonden.
De rechtbank wees de vordering van appellante af, maar het hof oordeelt dat na 10 november 1999 sprake is van een tekortkoming in de geneeskundige behandeling die als onrechtmatige daad kwalificeert. Dit rechtvaardigt in beginsel vergoeding van buitengerechtelijke kosten en immateriële schade. Het hof acht echter nader deskundigenonderzoek nodig om de causaliteit en gevolgen van de late diagnose en het advies over voetbelasting te beoordelen.
De zaak is verwezen naar de rol voor nadere procedure over de benoeming van deskundigen en verdere beoordeling wordt aangehouden. Het arrest is gewezen door de kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 2 mei 2006.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat sprake is van een tekortkoming in de geneeskundige behandeling na 10 november 1999 en wijst vergoeding van buitengerechtelijke kosten en immateriële schade in beginsel toe, maar houdt verdere beoordeling aan voor nader deskundigenonderzoek.