ECLI:NL:GHSHE:2006:AW9685
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- De Groot-van Dijken
- Huijbers-Koopman
- Rechtspraak.nl
Geschil over stallingsovereenkomst en aansprakelijkheid voor gezondheid en waarde paard Jolita
In deze civiele zaak staat een geschil centraal tussen [appellant] en [geïntimeerde] over de stalling- en trainingsovereenkomst van het paard Jolita. [Appellant] vordert onder meer schadevergoeding wegens vermeende wanprestatie en ondeugdelijke verzorging, terwijl [geïntimeerde] mede-eigendom en schadevergoeding op grond van dwaling en bedrog claimt.
De rechtbank had de overeenkomst ontbonden per 24 oktober 2001 en oordeelde dat Jolita niet geschikt was voor de springsport. Het hof herleidt dit tot beëindiging van de overeenkomst op 13 februari 2002, conform afspraken tussen partijen over onderzoek naar de geschiktheid van Jolita. Het hof wijst toe dat [appellant] recht had de overeenkomst te beëindigen en bevestigt de afgifte van Jolita.
Het hof wijst de vorderingen van [geïntimeerde] tot mede-eigendom af, omdat verkoop boven de afgesproken waarde niet heeft plaatsgevonden. Ook het beroep op dwaling en bedrog faalt. De vorderingen van [appellant] tot vergoeding van genot en buitengerechtelijke kosten worden deels toegewezen en deels afgewezen. Het hof benoemt deskundigen om te onderzoeken of Jolita in maart 2002 in een slechtere toestand verkeerde dan bij aanvang en of dit aan [geïntimeerde] kan worden toegerekend.
De zaak wordt aangehouden voor nadere besluitvorming na deskundigenonderzoek, waarbij ook proceskosten en andere vorderingen worden behandeld. Het arrest is gewezen door de kamer van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 11 april 2006.
Uitkomst: De stallingsovereenkomst is beëindigd, diverse vorderingen worden toegewezen of afgewezen en deskundigenonderzoek wordt gelast.