ECLI:NL:GHSHE:2006:AW9662
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rothuizen-van Dijk
- Begheyn
- Adelmeijer
- Rechtspraak.nl
Geen tekortkoming Rabobank in zorgplicht bij kredietrelatie en vervroegde aflossing
Appellante heeft de Rabobank aangesproken wegens vermeende tekortkomingen in de kredietrelatie en de toepassing van een vergoeding bij vervroegde aflossing van leningen. Het hof stelt vast dat de Rabobank bij het aangaan en gedurende de kredietrelatie heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelende bank verwacht mag worden. De Rabobank bood waar nodig kortetermijnoplossingen en stelde redelijke voorwaarden voor structurele herziening van de financiering.
Appellante stelde dat de Rabobank onvoldoende aandacht had voor haar financieringsbehoefte, onterecht het vertrouwen in het management had opgezegd en dreigde met opzegging van de kredietrelatie. Het hof oordeelt dat deze stellingen onvoldoende onderbouwd zijn en dat het aan appellante zelf te wijten is dat zij de kredietrelatie voortijdig beëindigde. De vergoeding die de Rabobank bij vervroegde aflossing in rekening bracht, is berekend conform de contractuele bepalingen en niet onredelijk.
De subsidiaire vordering tot matiging van de vergoeding wordt eveneens afgewezen omdat geen bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd die een matiging rechtvaardigen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellante in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering tot terugbetaling van de vergoeding af.