ECLI:NL:GHSHE:2006:AV1991
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Den Hartog Jager
- Koens
- Venhuizen
- Rechtspraak.nl
Hof verklaart zich onbevoegd voor voorlopig getuigenverhoor en verwijst zaak terug naar rechtbank
In deze civiele procedure verzocht [A.] B.V. de rechtbank Maastricht om een voorlopig getuigenverhoor te gelasten in verband met een mogelijke civiele procedure tegen [B.] B.V. De rechtbank verwees de zaak naar het hof in 's-Hertogenbosch omdat er een lopende beroepsprocedure was tussen partijen met verknochte feiten.
Het geschil betreft de levering van 18 pallets polyvellen door [A.] aan [B.], waarbij partijen verschillen over het aantal bestelde pallets. [B.] betwist dat alle pallets besteld zijn en heeft een civiele procedure gestart op grond van zaakwaarneming, welke door de kantonrechter werd afgewezen. [B.] is in hoger beroep gegaan bij het hof.
Het hof oordeelde dat het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor gericht moet zijn aan de rechter die vermoedelijk bevoegd is om van de hoofdzaak kennis te nemen, in dit geval de rechtbank en niet het hof. De verknochtheid van feiten rechtvaardigt geen doorbreking van de regels van absolute competentie. Het hof verklaarde zich daarom onbevoegd en verwees de zaak terug naar de rechtbank Maastricht voor verdere afhandeling.
Daarnaast merkte het hof op dat verwijzing op grond van artikel 285 Rv Pro vereist dat er een verzoekschriftprocedure bij een andere rechter aanhangig is, wat hier niet het geval was. De beschikking werd uitgesproken op 8 februari 2006 door mrs. Den Hartog Jager, Koens en Venhuizen.
Uitkomst: Hof verklaart zich onbevoegd voor het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor en verwijst de zaak terug naar de rechtbank Maastricht.