ECLI:NL:GHSHE:2006:AV1486
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Den Hartog Jager
- Pouw
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Toestemming voor cassatieberoep tegen tussenbeschikking in zaak Wet bescherming persoonsgegevens
In deze zaak verzocht Dexia Bank Nederland N.V. om verlof voor het instellen van cassatieberoep tegen een tussenbeschikking van het hof waarin zij werd opgedragen nadere inlichtingen te verstrekken in een procedure over de Wet bescherming persoonsgegevens.
De wederpartij betoogde dat het verzoek om cassatieberoep niet toelaatbaar was omdat het een individueel en uniek verzoek betrof zonder principieel karakter, en dat Dexia het proces zou vertragen. Het hof oordeelde echter dat de rechtsvragen wel degelijk een principieel karakter hebben en dat Dexia redelijkerwijs het standpunt kan innemen dat toetsing door de Hoge Raad gewenst is.
Het hof overwoog verder dat het verzoek om verlof niet geweigerd kon worden ondanks mogelijke vertraging en dat het verzoek om de tussenbeschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren niet kon worden ingewilligd. Het hof verleende daarom het verlof tot cassatieberoep.
De uitspraak werd gedaan door de rechters Den Hartog Jager, Pouw en Van den Bergh op 9 februari 2006.
Uitkomst: Het hof verleent Dexia toestemming om cassatieberoep in te stellen tegen de tussenbeschikking.