ECLI:NL:GHSHE:2006:AV1483
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Den Hartog Jager
- Pouw
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Verlof cassatieberoep tegen tussenbeschikking in Dexia-zaak Wet bescherming persoonsgegevens
In deze zaak, waarin Dexia Bank Nederland N.V. partij is, heeft het hof op 16 januari 2006 een tussenbeschikking gegeven waarin Dexia werd verzocht nadere inlichtingen te verstrekken en stukken over te leggen. Dexia verzocht vervolgens uitdrukkelijk verlof om cassatieberoep in te stellen tegen deze beschikking, stellende dat de rechtsvragen principieel van aard zijn en dat mogelijk sprake is van een deelbeschikking waartegen direct cassatieberoep openstaat.
Het hof overwoog dat het verzoek van Dexia toereikend gemotiveerd was en dat de rechtsvragen inderdaad van voldoende belang zijn om toetsing door de Hoge Raad te rechtvaardigen. Het hof wees het verweer van Dexia, dat sprake zou zijn van een fishing expedition en dat het verzoek om nadere inlichtingen onredelijk vertraagt, af. Ook het belang van de wederpartij, die een dwangsomverhoging verlangde, woog onvoldoende zwaar om het verlof te weigeren.
Het hof verklaarde dat het cassatieberoep niet illusoir zou zijn indien Dexia eerst een beslissing van de Hoge Raad afwacht alvorens aan het verzoek tot informatieverstrekking te voldoen. Tevens werd geoordeeld dat in deze procedure geen aanleiding was om de tussenbeschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Het hof verleende daarom het gevraagde verlof tot cassatieberoep.
Uitkomst: Het hof verleent Dexia verlof tot cassatieberoep tegen de tussenbeschikking en verklaart deze niet uitvoerbaar bij voorraad.