ECLI:NL:GHSHE:2005:AW2560
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Zwitser-Schouten
- Begheyn
- Venner-Lijten
- Rechtspraak.nl
Geschil over bouwkosten en aard van overeenkomst bij gezamenlijke woningbouw
In deze civiele zaak staat centraal of de tussen partijen gesloten overeenkomst kwalificeert als een aannemingsovereenkomst en welke bouwkosten redelijkerwijs door appellant moeten worden betaald. Partijen sloten in 1999 een koopovereenkomst voor bouwgrond en afspraken over de bouw van twee woningen, waarbij geïntimeerde toezicht hield en werkzaamheden verrichtte.
De rechtbank benoemde een deskundige om de commerciële waarde van de bouw en de feitelijke waarde van de woning te bepalen. Het hof stelt vast dat de overeenkomst, ondanks het opschrift 'koopovereenkomst', duidt op een aannemingsovereenkomst waarbij geïntimeerde verantwoordelijk is voor de bouw tegen een begrotingsbedrag. Appellant mag erop vertrouwen dat de woning voor ongeveer dat bedrag wordt gebouwd, met een redelijke overschrijding van maximaal 10%.
Er is discussie over de overschrijding van de begroting en de betaling aan onderaannemers. Het hof vraagt partijen om nadere toelichting en bewijsstukken en wijst een comparitie aan om deze punten te bespreken. De zaak wordt aangehouden voor verdere behandeling en mogelijke minnelijke regeling.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan en gelast een comparitie voor nadere toelichting en bewijslevering over de bouwkosten en prestaties.