ECLI:NL:GHSHE:2005:AV0388
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Feith
- Fikkers
- Van Wechem
- Rechtspraak.nl
Ontruiming weiland en bewijs van bruikleenovereenkomst versus pachtovereenkomst
In deze zaak staat centraal of het gebruik van twee percelen weiland kwalificeert als bruikleen of pacht. De geïntimeerde, rechtsopvolger van de eigenares, vordert ontruiming van de percelen van de appellant die deze in gebruik heeft. De appellant stelt dat er sprake is van een pachtovereenkomst en beroept zich op de beschermende werking van de Pachtwet.
De rechtbank heeft geoordeeld dat de grondslag van de vordering bruikleen is en daarom bevoegd is kennis te nemen van het geschil. De appellant heeft zijn hoger beroep tegen dit oordeel ingetrokken. Vervolgens heeft de rechtbank overwogen dat het aan appellant is om de pachtovereenkomst te bewijzen, maar dat de bescherming van de Pachtwet niet meer geldt vanwege bedrijfsopvolging en beëindiging van het bedrijf.
Het hof stelt dat de bewijslastverdeling van de rechtbank onjuist was en dat de geïntimeerde moet bewijzen dat er een bruikleenovereenkomst bestaat. Het hof laat de geïntimeerde toe tot bewijslevering en wijst een getuigenverhoor toe. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing. Tevens wordt de uitleg van de term "oogststoppelbloot" gevraagd omdat partijen het hierover eens zijn maar het hof deze kennis ontbeert.
Uitkomst: Het hof staat bewijslevering toe voor het bestaan van een bruikleenovereenkomst en wijst getuigenverhoor toe, waarna de zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing.