ECLI:NL:GHSHE:2005:AU9702
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- G.J. van Muijen
- J.W.J. Huige
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling ondernemerschap en aftrek vakantiewoningen inkomstenbelasting 2001
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen een aanslag inkomstenbelasting 2001 en een heffingsrentebeschikking, waarbij het centrale geschilpunt was of hij als ondernemer kon worden aangemerkt voor de verhuur van twee vakantiewoningen. De inspecteur had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding, waarna ambtshalve vermindering van de aanslag plaatsvond. Belanghebbende stelde dat hij de aanslag niet tijdig had ontvangen en kwam in beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring en de aanslag.
Tijdens de procedure sloten partijen een vaststellingsovereenkomst waarin werd overeengekomen dat belanghebbende geen ondernemer was en dat het beroep zou worden ingetrokken. Later trok belanghebbende dit in, stellende dat hij onder druk van de Belastingdienst tot de overeenkomst was gekomen.
Het hof oordeelde dat belanghebbende ontvankelijk was in bezwaar en beroep, dat de vaststellingsovereenkomst niet door bedreiging of misbruik was gesloten, en dat partijen daarmee gebonden waren. De aftrek van kosten gerelateerd aan de verhuur van vakantiewoningen werd afgewezen. Het beroep tegen de heffingsrentebeschikking werd niet-ontvankelijk verklaard omdat daarover geen beslissing in bezwaar was genomen.
Het hof handhaafde de aanslag na ambtshalve vermindering en wees het griffierecht toe aan belanghebbende. De procedure werd afgesloten met een uitspraak in het openbaar op 29 november 2005.
Uitkomst: Belanghebbende is ontvankelijk in bezwaar en beroep, geen ondernemer voor 2001, geen aftrek van negatieve verhuurresultaten, beroep tegen heffingsrente niet-ontvankelijk.