ECLI:NL:GHSHE:2005:AU9698
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Muijen
- A.F.M. Brenninkmeijer
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Geschil over berekening toetsloon en boete bij afdrachtvermindering lage lonen
Belanghebbende, een onderneming actief in montage- en onderhoudswerkzaamheden, betwistte de naheffingsaanslagen loonbelasting en de daarbij opgelegde boetes wegens vermeende onjuiste berekening van het toetsloon voor de afdrachtvermindering lage lonen. Centraal stond de vraag of het periodiek uitbetaalde vakantiegeld buiten beschouwing moest blijven bij de toetsloonberekening.
Het hof stelde vast dat het vakantiegeld per vier weken werd uitbetaald en daarmee niet als een beloning die slechts eenmaal of eenmaal per jaar wordt toegekend kon worden aangemerkt. Hierdoor moest het vakantiegeld worden meegerekend bij het toetsloon. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat geen sprake was van onjuiste of misleidende uitlatingen van de Inspecteur en de wetstekst duidelijk was.
Verder oordeelde het hof dat de boete terecht was opgelegd wegens grove schuld van belanghebbende, die ten onrechte het vakantiegeld buiten het toetsloon had gelaten. Wel werd de boete gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Het griffierecht en de proceskosten werden aan belanghebbende vergoed. Het beroep werd gegrond verklaard voor zover het ging om matiging van boete en verhoging, maar verder ongegrond.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep gegrond voor matiging van boete en verhoging, wijst het beroep verder af en veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.