ECLI:NL:GHSHE:2005:AU9201
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W. van der Voort
- P.J.M. Bongaarts
- D.G. Barmentlo
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ondernemingsvermogen en waarde onroerende zaak in belastingzaak
Belanghebbende voerde beroep tegen een aanslag inkomstenbelasting over 1999, waarbij de vraag centraal stond of een stellingmolen met bijgebouwen tot het ondernemingsvermogen behoorde en of de waarde van ƒ 660.000,= uit de minnelijke waardering bindend was.
Het hof stelde vast dat de onroerende zaak deels zakelijk werd gebruikt, onder meer als werkplaats en museum, en dat belanghebbende de molen ook voor privédoeleinden gebruikte. De onroerende zaak kon daarom als keuzevermogen tot het ondernemingsvermogen worden gerekend. De civielrechtelijke verhuur was niet aannemelijk.
Betreffende de waarde stelde het hof vast dat de minnelijke waardering tot stand was gekomen door deskundige taxateurs en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van dwaling. De waarde van ƒ 660.000,= was bindend. Het beroep werd ongegrond verklaard en het griffierecht bleef voor rekening van belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en hij blijft gehouden aan de waarde van ƒ 660.000,= uit de minnelijke waardering.