ECLI:NL:GHSHE:2005:AU8135
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- De Groot-Van Dijken
- Huijbers-Koopman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toewijzing vordering werkgever wegens niet-afdracht gelden door werknemer
De zaak betreft een hoger beroep van een werknemer die van 1994 tot 1999 in dienst was bij een werkgever en na ontbinding van de arbeidsovereenkomst werd geconfronteerd met een vordering wegens niet-afdracht van gelden. De werkgever stelde dat de werknemer bedragen niet of te laat had afgedragen, terwijl de werknemer dit betwistte en bezwaar maakte tegen de bewijslastverdeling.
De rechtbank had de bewijslast deels bij de werknemer gelegd, met name voor twee posten van respectievelijk F 649,99 en F 14.000,-. De werknemer voerde aan dat de werkgever geen effectief administratie- en controlesysteem had, waardoor hij zich niet adequaat kon verdedigen, en dat de kwestie rond de grotere post al lang was laten rusten.
Het hof oordeelde dat de bewijslast in beginsel bij de werkgever ligt en dat het slechts in uitzonderlijke gevallen aanvaardbaar is deze te verleggen. De omstandigheden van deze zaak rechtvaardigen dit niet. Desondanks heeft de werkgever voldoende bewijs geleverd dat de werknemer de gelden niet heeft afgedragen, waaronder getuigenverklaringen en administratieve verklaringen.
De verklaringen van de werknemer ontkrachten dit bewijs niet, en hij heeft geen tegenbewijs geleverd. Het hof bekrachtigt daarom de vonnissen van de rechtbank en veroordeelt de werknemer in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de werkgever wegens niet-afdracht van gelden wordt toegewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.