ECLI:NL:GHSHE:2005:AU6778
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Lamers
- Kranenburg
- Hompus
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid voorlopige voorziening partneralimentatie na echtscheiding
De vrouw was door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening op grond van artikel 826 Rv Pro, omdat de echtscheidingsbeschikking op 30 maart 2005 was ingeschreven en de voorlopige voorziening daarmee haar kracht zou verliezen. De vrouw stelde dat de rechtbank dit artikel onjuist had toegepast en ging in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat de vrouw ontvankelijk was omdat de uitsluiting van hoger beroep op grond van artikel 824 Rv Pro kan worden doorbroken indien wordt gesteld dat het artikel onjuist is toegepast. De vrouw had de duur van de voorlopige voorziening beperkt tot de datum van inschrijving van de echtscheiding, en had het verzoek gedaan vanaf 1 december 2004, vóór de inschrijving.
Verder stelde het hof vast dat de man van medio 2001 tot 1 december 2004 partneralimentatie betaalde, maar deze betaling zonder aankondiging stopzette. De vrouw had geprobeerd tot overleg te komen voor hervatting. Het hof achtte het redelijk om de voorlopige voorziening te laten ingaan per 1 december 2004 en stelde de behoefte van de vrouw vast op een netto bedrag van €950 per maand, wat overeenkomt met een bruto bedrag van €1.430.
Het hof vernietigde de bestreden beschikking en bepaalde dat de man aan de vrouw een bedrag van €5.720 (vier maanden à €1.430) binnen tien dagen na betekening moest voldoen. De wettelijke rente werd afgewezen omdat de vordering nog niet definitief was vastgesteld. Proceskosten werden gecompenseerd tussen partijen, die gewezen echtgenoten zijn.
Uitkomst: Het hof vernietigt de niet-ontvankelijkheidsverklaring en bepaalt een voorlopige partneralimentatie van €1.430 bruto per maand vanaf 1 december 2004 tot inschrijving echtscheiding.