ECLI:NL:GHSHE:2005:AU5234
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Harmsen
- Van de Loo
- De Lange
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens opzettelijke bodemverontreiniging door mestuitstorting op varkensbedrijf
In deze strafzaak stond het hoger beroep centraal tegen een vonnis van de economische politierechter over bodemverontreiniging door mestuitstorting op het bedrijf van verdachte in Helden. Op 17 augustus 2002, 11 november 2002 en 6 februari 2003 werd door verbalisanten vastgesteld dat vloeibare mest uit pijpen in de bodem stroomde en de omliggende bodem bedekte. Verdachte erkende de mestuitstorting op 17 augustus 2002.
De verdediging voerde aan dat het niet bewezen kon worden dat verdachte opzettelijk mest had gebracht, dat de mest niet in het ventilatiekanaal kon zijn gekomen, en dat de monsters niet betrouwbaar waren. Het hof verwierp deze verweren op grond van de bewijsmiddelen, waaronder waarnemingen, monsternemingen en verklaringen, en stelde vast dat de bodem door de mest ernstig was verontreinigd.
Het hof oordeelde dat verdachte wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat de bodem door haar handelen verontreinigd kon worden en dat zij onvoldoende maatregelen had genomen om dit te voorkomen of te herstellen. De feiten werden gekwalificeerd als overtredingen van voorschriften uit de Wet bodembescherming en de Wet milieubeheer, strafbaar gesteld in de Wet op de economische delicten. Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €3.500,-.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €3.500,- wegens opzettelijke bodemverontreiniging door het aanbrengen van meststoffen.