ECLI:NL:GHSHE:2005:AU2475
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Muijen
- T. Blokland
- D. Hund
- Rechtspraak.nl
Geen dienstbetrekking tussen belanghebbende en Belgische vennootschap over 1998
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van C BV, werkte in 1998 uitsluitend voor de Belgische vennootschap A als salesmanager, deels in Nederland en deels in België. Er was geen schriftelijk arbeidscontract tussen belanghebbende en A, en de werkzaamheden werden aanvankelijk zonder facturen verricht. Pas na afloop van 1998 werden facturen uitgeschreven door C aan A.
De Inspecteur stelde dat er geen dienstbetrekking bestond tussen belanghebbende en A, mede omdat er geen loonheffing werd ingehouden, er geen werknemersrechten waren zoals doorbetaling bij ziekte of vakantiegeld, en belanghebbende zelf een gerechtelijke procedure tegen A introk zonder financiële tegemoetkoming.
Het hof stelde vast dat belanghebbende in 1998 geen werknemersrechten genoot en dat A belanghebbende als zelfstandige beschouwde, zoals blijkt uit een faxbericht aan de bank. Op basis van deze feiten concludeerde het hof dat er geen dienstbetrekking was tussen belanghebbende en A.
De aanslag en boete van de Inspecteur werden daarom gehandhaafd. Het hof wees een vergoeding van griffierecht en proceskosten af. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat er geen dienstbetrekking was tussen belanghebbende en A in 1998.