ECLI:NL:GHSHE:2005:AU2474
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek studiekosten als buitengewone lasten bij lening voor studie van zoon
Belanghebbende had geld geleend via een hypothecaire lening om de studie van zijn zoon te financieren. De betaalde rente op deze lening bracht hij in aftrek als studiekosten in zijn aangifte inkomstenbelasting over 2000.
De Inspecteur corrigeerde dit door de rente niet als buitengewone lasten te erkennen, omdat de studiekosten betrekking hadden op de zoon en niet op belanghebbende zelf of diens echtgenote. Het geschil betrof de vraag of deze rente ten onrechte niet in aftrek was gebracht.
Het hof oordeelde dat op grond van artikel 46 lid 1 onderdeel Pro c Wet IB 1964 studiekosten alleen aftrekbaar zijn indien ze betrekking hebben op de belastingplichtige of diens niet duurzaam gescheiden echtgenoot. De rente voor de lening van de zoon valt hier niet onder en is daarom niet aftrekbaar.
Belanghebbende voerde het vertrouwensbeginsel aan op basis van een brief van de Belastingdienst uit 1995, maar het hof verwierp dit omdat de brief algemeen was en niet specifiek op zijn situatie van toepassing. Ook was geen sprake van een wetswijziging die de aftrek zou ondersteunen.
Het hof concludeerde dat de rente niet als studiekosten of als kosten eigen woning aftrekbaar is en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de rente op de lening voor de studie van zijn zoon is niet aftrekbaar als studiekosten.