ECLI:NL:GHSHE:2005:AU0658
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Meulenbroek
- Feddes
- Struik
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over onrechtmatige bedrijfsuitoefening zonder vestigingsvergunning in de bouwnijverheid
De stichting SBAB vorderde in kort geding dat een zelfstandige ondernemer zonder personeel, die een bouwbedrijf uitoefent zonder vestigingsvergunning, werd verboden zijn werkzaamheden voort te zetten. SBAB stelde dat deze ondernemer onrechtmatig concurreerde met wel vergunde branchegenoten. De voorzieningenrechter wees de vordering af, waarna SBAB hoger beroep instelde.
Het hof overwoog dat de vestigingswetgeving sinds 1 januari 2001 is gemoderniseerd en vereenvoudigd, waarbij alleen eisen op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu zijn gehandhaafd. De oude uitgebreide opleidingen zijn niet aangepast aan deze nieuwe eisen, waardoor het voor ondernemers praktisch onmogelijk is aan de nieuwe eisen te voldoen. Het kabinet streeft naar intrekking van de vestigingswetgeving per 1 januari 2006 om het ondernemerschap te stimuleren.
Het hof concludeerde dat de vestigingswetgeving niet langer de bescherming van de concurrentiepositie van wel vergunde bedrijven beoogt. Hierdoor is niet voldaan aan het relativiteitsvereiste voor onrechtmatigheid jegens branchegenoten. Ook het beroep op artikel 3:305a BW faalde. Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde SBAB in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van SBAB wordt afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter wordt bekrachtigd.