ECLI:NL:GHSHE:2005:AU0203

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
20 juli 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
20.006215.04
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sterk
  • Lo-Sin-Sjoe
  • Ficq
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van belaging in knipperlichtrelatie

In deze strafzaak stond verdachte terecht wegens vermeende belaging van het slachtoffer gedurende de periode van januari tot juli 2004. Verdachte werd ervan beschuldigd zich op het balkon van het slachtoffer te hebben begeven, op ramen en deuren te hebben gebonkt, te hebben geschreeuwd, met een verrekijker het huis te hebben bespied, beledigende brieven te hebben gestuurd, het slachtoffer te hebben gebeld en sms'jes te hebben gestuurd, en langs de woning van de ouders van het slachtoffer te zijn gereden.

Het hof constateerde dat er sprake was van een 'knipperlichtrelatie' tussen verdachte en het slachtoffer, wat kan leiden tot onduidelijkheid over de grenzen van privacy en persoonlijke levenssfeer. Het hof oordeelde dat het aangaan van een dergelijke relatie niet per definitie belaging uitsluit, maar dat de aard en frequentie van de handelingen bepalend zijn.

Gezien de aard en frequentie van de handelingen en de context van een omgangsregeling omtrent hun zoon, vond het hof onvoldoende bewijs dat verdachte met opzet en wederrechtelijk de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer heeft geschonden met het oogmerk haar te dwingen of vrees aan te jagen.

Daarom sprak het hof verdachte vrij van de tenlastelegging. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht door verdachte vrij te spreken.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijke inbreuk op de persoonlijke levenssfeer.

Uitspraak

Parketnummer: 20.006215.04
Uitspraak : 20 juli 2005
TEGENSPRAAK
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 2 november 2004 in de strafzaak met parketnummer 01/025392-04 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
wonende te [adres].
Hoger beroep
De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het gerechtshof het vonnis van de eerste rechter zal bevestigen.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 27 januari 2004 tot en met 23 juli 2004 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, (telkens) wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij, verdachte
- zich meermalen op het balkon behorend bij de woning van voornoemde [slachtoffer] begeven en/of
- meermalen op de ramen en/of deur(en) van de woning van voornoemde [slachtoffer] staan bonken en/of
- een of meerdere ma(a)l(en) voor de woning van voornoemde [slachtoffer] staan roepen/schreeuwen en/of
- een of meerdere ma(a)l(en) met een verrekijker de woning van voornoemde [slachtoffer] in de gaten gehouden en/of
- een zestal, althans meerdere brieven aan voornoemde [slachtoffer] gestuurd, waarin hij voornoemde [slachtoffer] uitmaakt voor een goedkope hoer en/of een slechte moeder voor hun zoon en/of een moeder die met regelmaat nieuwe neukers op haar aidskut heeft zitten, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking en/of
- voornoemde [slachtoffer] meermalen opgebeld en/of haar voicemail ingesproken en/of SMSjes gestuurd en/of
- een of meerdere ma(a)l(en) met zijn personenauto langs de woning van de ouders van voornoemde [slachtoffer] gereden en/of
- de ouders van voornoemde [slachtoffer] lastig gevallen.
Vrijspraak
Het hof is van oordeel dat uit het procesdossier, het verhandelde ter terechtzitting in eerste aanleg en ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de verdachte in de tenlastelegging genoemde periode zich op het balkon van [slachtoffer] heeft begeven, op haar ramen of deuren heeft gebonkt, bij haar woning zijn stem heeft verheft, met een verrekijker haar woning in de gaten heeft gehouden, haar brieven heeft gestuurd waarvan de inhoud als beledigend voor die [slachtoffer] is aan te merken, haar meermalen heeft opgebeld dan wel SMS-jes heeft gestuurd en langs de woning van de ouders van [slachtoffer] is gereden.
Voorts is naar het oordeel van het hof gebleken dat in de tenlastelegging genoemde periode en tevens in perioden daaromtrent, sprake was van een zogenaamde 'knipperlichtrelatie' tussen verdachte en [slachtoffer]. De inhoud van een 'knipperlichtrelatie' kan zeer wel tot gevolg hebben dat onduidelijkheid ontstaat voor de betrokken partijen waar de privacy dan wel de persoonlijke levenssfeer - in dit geval die van [slachtoffer] - begint en eindigt. Het hof stelt zich op het standpunt dat de keuze een zogenaamde 'knipperlichtrelatie' aan te gaan niet per definitie de mogelijkheid van belaging tussen betrokken partijen uitsluit, doch dat dit beoordeeld dient te worden op basis van de aard en de frequentie van de verrichte handelingen ten opzichte van de ander (of een ander).
Het hof is in het onderhavige geval van oordeel dat gezien de aard en de frequentie van de handelingen van verdachte, mede bezien de omstandigheid dat verdachte in de ten laste gelegde periode een omgangsregeling omtrent hun zoon met [slachtoffer] probeerde te bewerkstelligen, onvoldoende bewijs is dat verdachte wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] (of van een ander) met het oogmerk haar (of een ander) te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.
Het hof is mitsdien van oordeel dat gezien de inhoud en context van de wettige bewijsmiddelen de verdachte vrijgesproken dient te worden van hetgeen aan hem ten laste is gelegd.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. Sterk, voorzitter,
mrs. Lo-Sin-Sjoe en Ficq, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mw. Visser, griffier,
en op 20 juli 2005 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. Ficq is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.