ECLI:NL:GHSHE:2005:AT9936
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Brandenburg
- Meulenbroek
- Feddes
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake ontruiming en sleuteloverdracht bar en bovenwoning na familieruzie
De vader en zijn dochter woonden samen boven een bar die de dochter sinds 1998 eigendom is. Na ernstige spanningen in 2004, mede door de nieuwe vriend van de dochter, verliet zij de woning waarna de vader haar de toegang tot bar en woning ontzegde. De dochter vorderde ontruiming, een straatverbod en sleuteloverdracht van bar, woning en kluis.
De vader stelde dat hij als huurder recht had op bewoning en dat de dochter als opvolgend verhuurder niet tot ontruiming kon dwingen. De dochter stelde dat zij eigenaar is en dat de vader geen huurrechten meer heeft. Het hof oordeelde dat niet vaststaat of de vader huurder is, maar dat dit in kort geding niet nader onderzocht kan worden.
Het hof benadrukte dat voortzetting van gezamenlijke bewoning gezien de spanningen niet mogelijk is. Omdat bar en woning via een gezamenlijke ingang verbonden zijn en de dochter de exploitatie voortzet, is gescheiden gebruik niet realistisch. De belangenafweging leidt tot toewijzing van de vorderingen van de dochter. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de vader de woning en bar moet ontruimen en de sleutels aan de dochter moet overhandigen.