ECLI:NL:GHSHE:2005:AT9577
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Drijkoningen
- Den Hartog Jager
- Rechtspraak.nl
Betaling ex gratia vergoeding en agentuurovereenkomst tussen DAF en Alwatary
Partijen sloten op 3 oktober 1994 een importeursovereenkomst waarbij Alwatary het alleenrecht kreeg als importeur van DAF-producten in Jemen, met een ex gratia betalingsregeling voor directe verkopen door DAF aan derden. DAF sloot in 1995 een overeenkomst met Yemen Gas Corporation voor levering van 100 LPG-tankwagens en onderdelen ter waarde van ruim 40 miljoen gulden. Na mislukte onderhandelingen over onderhoudsverplichtingen zegde DAF de importeursovereenkomst op.
Alwatary vorderde betaling van de ex gratia vergoeding en een klantenvergoeding op grond van een agentuurovereenkomst. De kantonrechter wees de agentuurovereenkomst toe maar wees de klantenvergoeding af en kende een gedeeltelijke ex gratia betaling toe. Het hof oordeelt dat de importeursovereenkomst geen agentuurovereenkomst is en dat Alwatary handelde voor eigen rekening en risico.
Het hof stelt vast dat DAF gehouden is tot betaling van de ex gratia vergoeding vanaf het moment dat de koopovereenkomst met Yemen Gas Corporation tot stand kwam, ongeacht dat Alwatary geen after sales service verleende. DAF kon zich niet beroepen op onvoorziene omstandigheden of ontbinding. De hoogte van de besparingen van Alwatary wordt redelijk geschat op 25% van het bedrag. De wettelijke rente wordt gedeeltelijk toegewezen vanaf 4 oktober 1999 en 21 februari 2001.
De grieven van DAF tegen het bestaan van een agentuurovereenkomst slagen, maar dit raakt de toewijzing van de ex gratia betaling niet. Het hof bekrachtigt de eerdere vonnissen met uitzondering van de rente en veroordeelt DAF tot betaling van de wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: DAF is veroordeeld tot betaling van de ex gratia vergoeding met wettelijke rente en proceskosten, terwijl het bestaan van een agentuurovereenkomst is verworpen.