ECLI:NL:GHSHE:2005:AT9293
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Harmsen
- Van de Loo
- De Lange
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs rijden tegen de rijrichting op autosnelweg
De verdachte werd in eerste aanleg vervolgd voor het rijden tegen de rijrichting op de Rijksweg A59, een overtreding van artikel 3 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Het openbaar ministerie achtte deze gedraging niet geschikt voor afdoening via een transactie of Mulder-sanctie en startte strafvervolging.
In hoger beroep voerde de verdediging aan dat het feit als een Mulderfeit moest worden aangemerkt, waardoor het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard. Het hof oordeelde echter dat het openbaar ministerie ontvankelijk was omdat het feit niet overeenkwam met het achteruitrijden dat de verbalisant had waargenomen, en dat strafvervolging daarom mogelijk was.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter wegens onvoldoende aanduiding van bewijsmiddelen en kwam tot de conclusie dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Daarom sprak het hof de verdachte vrij van het ten laste gelegde rijden tegen de rijrichting op de autosnelweg.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij tegen de rijrichting op de autosnelweg heeft gereden.