ECLI:NL:GHSHE:2005:AT6601
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Meulenbroek
- Venhuizen
- Feddes
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aansprakelijkheid kapsalon en stichting voor ongeval met reclamebord
De zaak betreft een ongeval op 25 augustus 1998 waarbij een toen negenjarige minderjarige letsel opliep aan haar duim door een vallend reclamebord bij de kapsalon en stichting. De ouders van het slachtoffer vorderden schadevergoeding op grond van artikel 6:173 BW Pro (gebrekkige zaak) en artikel 6:162 BW Pro (onrechtmatige daad).
De rechtbank wees de vordering af en het hof bevestigt dit vonnis. Het hof oordeelt dat de ouders onvoldoende concrete feiten hebben gesteld omtrent de toedracht van het ongeval. Hierdoor is bewijslevering niet aan de orde en kan de omkeringsregel niet worden toegepast. De stelling dat het bord eenvoudig kon kantelen is onvoldoende onderbouwd.
Het hof benadrukt dat voor aansprakelijkheid op grond van een gebrekkige zaak of onrechtmatige daad concrete feiten en omstandigheden moeten worden gesteld en bewezen. Enkel het feit dat het bord is gevallen en het slachtoffer heeft geraakt, is onvoldoende. De vordering wordt daarom afgewezen en de ouders worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de ouders wordt afgewezen wegens onvoldoende stelling van de toedracht en gebrek aan bewijs voor aansprakelijkheid.