ECLI:NL:GHSHE:2005:AT5749
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Begheyn
- Brandenburg
- Ackermans
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil en verjaring van verbeurde dwangsommen bij hekverwijdering in bungalowpark
In deze zaak staat een executiegeschil centraal betreffende verbeurde dwangsommen wegens het niet verwijderen van een hekwerk door geïntimeerden in een bungalowpark. Na een kort geding in 2002 werd een vonnis uitgesproken dat tijdelijke verwijdering van het hek verplichtte met dwangsommen bij overtreding. Dit vonnis werd later deels vernietigd en aangepast door het hof, waarbij een definitieve verwijdering werd opgelegd met bijbehorende dwangsommen.
Appellante vorderde betaling van verbeurde dwangsommen, maar geïntimeerden stelden dat deze vordering was verjaard. Het hof oordeelde dat de briefwisseling en deurwaardersexploten voldoende waren om de verjaring te stuiten, ook al waren de brieven aan de raadsman gericht. Daarnaast was er sprake van een wettelijk beletsel door een schorsing van de tenuitvoerlegging.
Het hof bevestigde dat het oorspronkelijke vonnis van de voorzieningenrechter, voor zover het tijdelijke verwijdering betrof, geldig bleef tot het arrest van het hof in 2004. Het latere arrest verving dit door een definitieve verwijdering met dwangsommen. De vordering van geïntimeerden om executiemaatregelen te verbieden werd afgewezen voor één geïntimeerde en toegewezen voor de ander. De proceskosten werden verdeeld conform de uitspraken. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard voor de proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de vordering tot betaling van dwangsommen niet is verjaard en wijst de executieverbodsvordering jegens één geïntimeerde af, terwijl het verbod jegens de ander wordt bekrachtigd.