ECLI:NL:GHSHE:2005:AT3979
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koens
- Smeenk-van der Weijden
- Katerberg
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging teruggeleiding minderjarige naar Italië op grond van Haags Kinderontvoeringsverdrag
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Breda die de teruggeleiding van de minderjarige dochter naar Italië heeft bevolen. De moeder was met het kind naar Nederland vertrokken en keerde niet terug, terwijl de vader in Italië verbleef. De Centrale Autoriteit verzocht de rechtbank om teruggeleiding op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV).
De moeder voerde meerdere grieven aan, waaronder dat de Centrale Autoriteit niet-ontvankelijk zou zijn vanwege vormgebreken, dat het gezagsrecht van de vader niet vaststaat, en dat er sprake zou zijn van een weigeringsgrond wegens risico op lichamelijk of geestelijk gevaar voor het kind. Het hof oordeelde dat het verzoek voldeed aan de vormvereisten en dat de stukken van de Italiaanse Centrale Autoriteit als ter zake dienende stukken konden worden aangemerkt, ook al waren ze niet altijd beëdigd vertaald.
Vast stond dat de vader gezamenlijk gezag had over het kind en dit ook daadwerkelijk uitoefende. Het niet terugkeren van het kind was daarmee ongeoorloofd. De moeder slaagde er niet in aan te tonen dat terugkeer het kind in een ondraaglijke toestand zou brengen. Het hof vond dat een onderzoek door de raad voor de kinderbescherming of een psycholoog niet noodzakelijk was gezien het spoedeisende karakter van de procedure. De bestreden beschikking werd bekrachtigd, de uitvoerbaarheid bij voorraad gehandhaafd en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Breda en beveelt de teruggeleiding van de minderjarige dochter naar Italië.