ECLI:NL:GHSHE:2005:AT3318
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W.J. Huige
- J.W. van der Voort
- P. van der Wal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing 30%-bewijsregel voor ingekomen werknemers in loonbelasting
Belanghebbende en A B.V. verzochten toepassing van de 30%-bewijsregel voor ingekomen werknemers volgens artikel 9 van Pro het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965. De Inspecteur wees dit verzoek af omdat belanghebbende geen echte werknemer was, maar een vrijeberoepsbeoefenaar en later directeur/aandeelhouder van A B.V.
Belanghebbende was van 1 januari tot 30 maart 2001 werkzaam als zelfstandige tandarts en vanaf 30 maart 2001 als directeur en aandeelhouder van A B.V. Het hof oordeelde dat belanghebbende in de periode vóór 30 maart 2001 niet als ingekomen werknemer kon worden aangemerkt en ook daarna niet als werknemer in loondienst, maar als zelfstandige met een andere rechtspositie.
Verder oordeelde het hof dat de 30%-bewijsregel niet discrimineert noch de vrijheid van vestiging beperkt in strijd met artikel 39 en Pro 43 van het EG-verdrag. De forfaitaire regeling is een redelijke en objectieve rechtvaardiging voor de beperking tot bepaalde groepen werknemers.
Het beroep van belanghebbende wordt daarom ongegrond verklaard. Proceskosten worden niet aan de Inspecteur opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat belanghebbende geen ingekomen werknemer is en de regeling niet in strijd is met het EG-verdrag.