ECLI:NL:GHSHE:2005:AT2473
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Lamers
- Van Soest-Van Dijkhuizen
- Walstock
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onderhoudsbijdrage na onvoldoende bewijs wijziging omstandigheden
Partijen zijn in 1968 gehuwd en in 1995 gescheiden, waarbij de man een maandelijkse partneralimentatie in Hong Kong dollars aan de vrouw moest betalen. In 2001 werd deze alimentatie verlaagd door het hof Arnhem vanwege de werkloosheid van de man en zijn inspanningsverplichting om nieuw werk te vinden.
De man verzocht later om verdere verlaging of op nihil stellen van de alimentatie vanaf 2000 dan wel 2004, wegens onder meer werkloosheid, gezondheidsproblemen, een sollicitatieverbod in Hong Kong en financiële problemen door verkeerde beleggingen. Het hof stelde dat hij zijn stelplicht en bewijslast niet had vervuld, omdat hij geen verifieerbare gegevens over zijn financiële situatie en pogingen tot werk had overlegd.
De vrouw voerde aan dat de man over vermogen beschikte, dat hij dure woonlasten had en dat de kinderen financiële steun ontvingen. Ook was onduidelijk of het prepensioen van de man al was toegekend. Het hof concludeerde dat de man onvoldoende bewijs had geleverd voor een wijziging van omstandigheden die een aanpassing van de alimentatie rechtvaardigt.
Het hof bekrachtigde daarom de eerdere beschikking van de rechtbank Zwolle uit 2002 en bepaalde dat iedere partij zijn eigen proceskosten draagt. De man kreeg geen verdere gelegenheid om alsnog bewijs te leveren, omdat hij al voldoende tijd had gehad.
Uitkomst: De onderhoudsbijdrage blijft ongewijzigd omdat de man onvoldoende bewijs leverde voor gewijzigde omstandigheden.