ECLI:NL:GHSHE:2005:AS6602
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Harmsen
- Van de Loo
- De Lange
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens handelen in strijd met Opiumwet met cocaïnehandel nabij station 's-Hertogenbosch
Op 16 april 2004 werd verdachte aangehouden nabij het station te 's-Hertogenbosch met ongeveer 0,5 gram cocaïne in twee bolletjes. Kort daarvoor had hij soortgelijke harddrugs verkocht. De rechtbank veroordeelde hem voor handelen in strijd met de Opiumwet en wederspannigheid. In hoger beroep werd het vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan.
Het hof oordeelde dat de hoeveelheid cocaïne niet als geringe hoeveelheid voor eigen gebruik kon worden aangemerkt, maar als handelsvoorraad. De verdediging voerde bewijsuitsluiting aan vanwege vermeende gebreken in het onderzoek, zoals het ontbreken van een geijkte weegschaal en NFI-rapportage, maar het hof verwierp deze bezwaren. Het bewijs bestond uit verklaringen van verdachte, getuigenverklaringen, positieve Narco-tests en politieprocessen-verbaal.
Het hof verklaarde de tenlastelegging omtrent het bezit van cocaïne wettig en overtuigend bewezen en strafbaar volgens artikel 2 onder Pro C en artikel 10 van Pro de Opiumwet. Het openbaar ministerie werd ontvankelijk verklaard in de vervolging. Gelet op de richtlijn voor het openbaar ministerie en het feit dat het hof slechts een principieel oordeel gaf, werd aan verdachte geen straf of maatregel opgelegd.
De uitspraak benadrukt het onderscheid tussen bezit voor eigen gebruik en bezit als handel, waarbij het hof het handelen in strijd met de Opiumwet bevestigde maar het opleggen van straf achterwege liet. Het arrest is gewezen door het hof te 's-Hertogenbosch op 21 januari 2005.
Uitkomst: Verdachte is strafbaar verklaard voor bezit van cocaïne als handelsvoorraad, maar er is geen straf opgelegd.