ECLI:NL:GHSHE:2004:AT5746
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Drijkoningen
- Den Hartog Jager
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse opzegbaarheid van WIW-dienstbetrekking en ontslag tijdens ziekte
In deze zaak stond centraal of een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd op basis van een WIW-dienstbetrekking tussentijds opzegbaar is en of het ontslag tijdens ziekte rechtsgeldig kon plaatsvinden.
Het hof stelde vast dat op grond van artikel 4 lid 1 WIW Pro, artikel 14 lid 2 Invoeringswet Pro Wet werk en bijstand en artikel 7:667 lid 3 BW Pro, tussentijdse opzegbaarheid mogelijk is indien schriftelijk overeengekomen. Zowel het contract als de CAO-WIW bevatten bepalingen die tussentijdse opzegbaarheid mogelijk maken. De voorzieningenrechter had een onjuiste maatstaf gehanteerd door te stellen dat tussentijds opzeggen slechts in bijzondere omstandigheden mogelijk is.
De gemeente had de arbeidsovereenkomst opgezegd wegens het ontbreken van passend werk en het stoppen van subsidiëring. Het hof oordeelde dat deze opzeggingsgrond redelijk was en dat er geen wettelijke of contractuele beperkingen waren die tussentijdse opzegging belemmerden.
Echter, het ontslag werd verricht terwijl de werknemer al arbeidsongeschikt was door een ongeval op de dag van de opzegging. Op grond van artikel 7:670 BW Pro is opzegging tijdens ziekte verboden. De schriftelijke opzegging werd geacht pas rechtsgeldig te zijn na ontvangst, die plaatsvond na het ontstaan van arbeidsongeschiktheid. Hierdoor is het ontslag niet rechtsgeldig.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en wees de vorderingen van de werknemer af in hoger beroep, waarbij de werknemer in de proceskosten werd veroordeeld.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat tussentijdse opzegging van de WIW-dienstbetrekking mogelijk is, maar het ontslag tijdens ziekte niet rechtsgeldig is en wijst de vorderingen van de werknemer af.