ECLI:NL:GHSHE:2004:AT4328

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
1 december 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
20.000109.04
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Gründemann
  • Ficq
  • Van der Kaaden
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 SrArt. 77a SrArt. 77g SrArt. 77m SrArt. 77n Sr
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wegens openlijke geweldpleging tegen auto's in Grave

Op 1 januari 2003 heeft de verdachte samen met een ander openlijk in vereniging geweld gepleegd tegen twee auto's op een openbare weg in Grave. Dit geweld bestond uit het leksteken van meerdere autobanden en het gooien van een steen tegen een ruit van een van de auto's. De tenlastelegging werd in hoger beroep gewijzigd, maar het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de feiten heeft begaan.

De verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 22 uur, te vervangen door 11 dagen jeugddetentie indien de taakstraf niet naar behoren wordt uitgevoerd. Hierbij werd rekening gehouden met het feit dat de verdachte nog niet eerder voor soortgelijke feiten was veroordeeld. De tijd die de verdachte in verzekering heeft doorgebracht, wordt in mindering gebracht op de taakstraf.

De benadeelde partij had zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding, maar het hof verklaarde deze vordering niet-ontvankelijk. Dit omdat dezelfde vordering reeds op 16 september 2003 aanhangig was gemaakt bij de civiele rechter, waardoor het gelijktijdig behandelen van dezelfde vordering bij straf- en civiele rechter in strijd is met de goede procesorde. Ook inhoudelijk was de vordering onvoldoende onderbouwd.

Het arrest werd gewezen door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 1 december 2004. De strafoplegging is gebaseerd op de artikelen 77a, 77g, 77m, 77n en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 22 uur taakstraf, te vervangen door 11 dagen jeugddetentie bij niet-naleving; benadeelde partij niet-ontvankelijk in vordering.

Uitspraak

parketnummer : 20.000109.04
datum uitspraak: 1 december 2004
tegenspraak
GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH
meervoudige kamer voor strafzaken
A R R E S T
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 23 september 2003 in de strafzaak onder parketnummer 01/054097-03 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats], op [1986],
wonende te [woonplaats], [adres].
Het hoger beroep
De verdachte heeft tijdig tegen genoemd vonnis hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van de verdachte naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, reeds omdat na wijziging van de tenlastelegging in hoger beroep de grondslag waarop het hof recht doet anders is komen te luiden.
De tenlastelegging
Aan de verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging in hoger beroep- ten laste gelegd dat hij:
op of omsteeks 1 januari 2003 te Grave met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, [adres], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen twee auto's, althans tegen een auto, welk geweld bestond uit het leksteken van een of meer autoband(en) van die auto('s) en/of het met een steen tegen een ruit van (één van) die auto('s) gooien, waarbij hij, verdachte, opzettelijk een of meerdere autoband(en) heeft vernield;
Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden dat hij:
op of omsteeks 1 januari 2003 te Grave tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk van twee auto's, althans van een auto, een of meerdere autoband(en) heeft lekgestoken en/of een steen tegen de ruit van een (van die) auto('s) heeft gegooid, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.
-2-
Voor zover in de tenlastelegging schrijffouten voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door het hof verbeterd. De verdachte is door deze verbetering niet in de verdediging geschaad.
De bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij op 1 januari 2003 te Grave met een ander op de openbare weg, [adres], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen twee auto's, welk geweld bestond uit het leksteken van autobanden van die auto's en het met een steen tegen een ruit van één van die auto's gooien, waarbij hij, verdachte, opzettelijk meerdere autobanden heeft vernield.
De door het hof gebruikte bewijsmiddelen
PRO MEMORIE
De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.
De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit.
Het bewezen verklaarde is als misdrijf voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 141, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Het moet worden gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.
De strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is derhalve strafbaar.
De redengeving van de op te leggen straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
Gelet hierop acht het hof de oplegging van een taakstraf, in de vorm van een werkstraf, voor het hierna te vermelden aantal uren, passend en geboden.
Voor het geval de verdachte de taakstraf niet naar behoren vervult, zal het hof bevelen dat aan hem vervangende jeugddetentie zal worden opgelegd voor de hierna te vermelden duur.
Bij de hoogte van de straftoemeting heeft het hof in het voordeel van de verdachte er rekening mee gehouden dat de verdachte terzake soortgelijke strafbare feiten nog niet eerder is veroordeeld.
-3-
De vordering van de benadeelde partij
Het hof overweegt ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij als volgt.
Mr J.A.J.M.I. van Laake, advocaat te Mill, heeft zich, als gemachtigde, voor de aanvang van de zitting van de kinderrechter als benadeelde partij gevoegd in het strafproces tegen verdachte door de indiening van een zg. voegingsformulier inhoudende een opgave van de vordering en van de gronden waarop die vordering berust. Dit fomulier is, blijkens het daarop geplaatste stempel, op 22 september 2003 ter griffie ingekomen. Nadat de benadeelde partij door de kinderrechter ter terechtzitting van 23 september 2003 in haar vordering niet ontvankelijk was verklaard, heeft die benadeelde partij zich bij brief d.d. 31 mei 2004 opnieuw gevoegd in de strafzaak in hoger beroep.
Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg leidt het hof af dat de benadeelde partij [benadeelde] reeds voordat hij zich als benadeelde partij voegde in het strafproces, namelijk op 16 september 2003, een vordering aanhangig heeft gemaakt bij de Rechtbank 's-Hertogenbosch, sector kanton, locatie Boxmeer. Het bestaan van die vordering vindt bevestiging in een brief van mr. Van Laake aan het hof dd. 13 juli 2004; ter terechtzitting in hoger beroep, alwaar de vader van de benadeelde partij was verschenen en alwaar hij het woord heeft gevoerd, is deze datum niet betwist, zodat het hof die datum als vaststaand aanneemt.
Derhalve moet geconstateerd worden dat er thans twee vorderingen aanhangig zijn tussen dezelfde partijen en terzake van dezelfde vordering, een vordering bij de civiele rechter en een vordering bij de strafrechter.
Het hof acht het - gelet ook op de wetsgeschiedenis - in strijd met de goede procesorde dat de benadeelde partij zich terzake de reeds op 16 september 2003 bij de civiele rechter aanhangig gemaakte procedure tussen dezelfde partijen over dezelfde vordering vervolgens eveneens, en wel op 22 september 2003, in het strafproces tegen haar in de civiele procedure gedaagde wederpartij voegt.
Het hof zal dan ook om die reden de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in haar vordering.
Opgemerkt wordt dat, wanneer de hiervoor bedoelde reden voor de niet-ontvankelijkheidverklaring van de benadeelde partij niet aan de orde zou zijn, de benadeelde partij toch niet ontvankelijk zou zijn verklaard in haar vordering en zou zijn bepaald dat zij haar zaak slechts bij de civiele rechter zou hebben kunnen aanbrengen, zulks gelet op de niet duidelijke onderbouwing namens de benadeelde partij van haar vordering ter terechtzitting in hoger beroep.
Het hof ontleent aan de Memorie van Toelichting de overtuiging dat de wetgever competentiegeschillen heeft willen voorkomen en dus ook heeft willen voorkomen dat dezelfde vordering gelijktijdig aan het oordeel van de strafrechter en de civiele rechter zou worden onderworpen.
Nu in casu de vordering door de benadeeld partij reeds op 16 september 2003 aanhangig was gemaakt bij de civiele rechter zal het hof de benadeelde partij in zijn - latere - vordering in het kader van het strafproces niet ontvankelijk verklaren.
De toegepaste wettelijke voorschriften
De strafoplegging is gegrond op de artikelen 77a, 77g, 77m, 77n en 141 van het Wetboek van Strafrecht.
B E S L I S S I N G:
Het hof:
Vernietigt het beroepen vonnis en doet opnieuw recht.
Verklaart, zoals hiervoor is overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert:
"Openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen";
Verklaart de verdachte deswege strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van tweeëntwintig uren, te vervangen door jeugddetentie voor de duur van elf dagen, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht;
Beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf daarop geheel in mindering zal worden gebracht, naar de maatstaf van twee uur per dag;
Bepaalt dat de opgelegde taakstraf zal bestaan uit een werkstraf;
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde], wonende te [woonplaats], [adres], niet ontvankelijk in zijn vordering.
Dit arrest is gewezen door Mr. Gründemann, als voorzitter
Mrs. Ficq en Van der Kaaden, als raadsheren
in tegenwoordigheid van Mr. Polkamp, als griffier.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 december 2004.
U I T D R A A I G E G E V E N S 1e A A N L E G
zaaknr.: 02B
tijd : 12.00
verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats], op [1986],
wonende te [woonplaats], [adres],
Is bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 23 september 2003 ter zake van:
T.a.v. prim.: "Openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen";
veroordeeld tot:
T.a.v. prim.: wrkstrf. 22 uur OATAN subs. 11 dgn. jeugddet. MAV naar rato, t.a.v. ben. partij n.o.;