ECLI:NL:GHSHE:2004:AR7495
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Feith
- De Groot-van Dijken
- Hendriks-Jansen
- Rechtspraak.nl
Niet ontvankelijkheid in hoger beroep wegens verstekvonnis en verzet
Appellante stelde hoger beroep in tegen een vonnis van de voorzieningenrechter te 's-Hertogenbosch, gewezen bij verstek tegen haar als niet verschenen gedaagde. Geïntimeerde voerde een incidenteel verweer tot niet-ontvankelijkverklaring van appellante in hoger beroep, met verwijzing naar artikel 335 in Pro verbinding met artikel 143 lid 1 Rv Pro, dat bepaalt dat tegen een verstekvonnis geen hoger beroep openstaat, maar slechts het rechtsmiddel van verzet.
Het hof oordeelde dat appellante niet ontvankelijk is in haar hoger beroep en veroordeelde haar in de proceskosten. De zaak betreft een kort geding procedure waarin de voorzieningenrechter bij verstek uitspraak deed. Appellante heeft geen verzet ingesteld, maar direct hoger beroep, hetgeen niet mogelijk is.
De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de regels omtrent rechtsmiddelen tegen verstekvonnissen en benadrukt het belang van het juiste rechtsmiddel, namelijk verzet, in plaats van hoger beroep. De proceskosten zijn vastgesteld op een totaal van €1.182,- en dienen door appellante aan de griffier te worden voldaan.
Uitkomst: Appellante wordt niet ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten.