ECLI:NL:GHSHE:2004:AR7171
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Muijen
- T. Blokland
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen navorderingsaanslag, boete en heffingsrente over 1998
Belanghebbende is tegen een navorderingsaanslag over het jaar 1998 in beroep gekomen. De Inspecteur had het belastbaar inkomen verhoogd met een bedrag van fl. 643.875,--, een boete van 100% opgelegd en heffingsrente berekend. Belanghebbende voerde aan dat het inkomen juist was vastgesteld conform zijn aangifte en dat verrekening van voorheffingen had moeten plaatsvinden.
Het hof stelt vast dat belanghebbende als grootaandeelhouder en feitelijk leidinggevende van de vennootschappen D N.V. en S B.V. een aanzienlijk voordeel heeft genoten dat niet is terugbetaald. Dit voordeel moet bij zijn belastbaar inkomen worden gerekend. Verder is vastgesteld dat de door belanghebbende gestelde inhouding van loonheffing niet rechtmatig is, mede omdat hij verantwoordelijk was voor het niet afdragen daarvan.
Belanghebbende heeft onvoldoende tegenbewijs geleverd en de door de Inspecteur gestelde opzet niet bestreden. De boete van 100% is daarom passend. Het hof wijst het beroep af en verklaart het ongegrond, bevestigt de navorderingsaanslag, boete en heffingsrente.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslag, boete van 100% en heffingsrente over 1998.