ECLI:NL:GHSHE:2004:AR4317
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Feith
- De Groot-van Dijken
- Fikkers
- Rechtspraak.nl
Hof vernietigt vonnis en wijst vordering Ontvanger af inzake terugbetalingsovereenkomst en pandrecht
In deze civiele zaak staat centraal de vraag of Bavaria terecht heeft verklaard sinds 27 januari 1999 niets meer verschuldigd te zijn aan Beheersmaatschappij [Z] BV, en of de Ontvanger van de Belastingdienst aanspraak kan maken op betaling van een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting via derdenbeslag.
De Ontvanger had een dwangbevel betekend en daarop executoriaal derdenbeslag gelegd onder Bavaria. Bavaria stelde echter dat zij niets meer aan [Z] BV verschuldigd was vanwege een pandrecht dat zij op de vordering van [Z] BV had gevestigd. De rechtbank had de vordering van de Ontvanger toegewezen, maar het hof vernietigt dit oordeel.
Het hof oordeelt dat het pandrecht van Bavaria op de vordering jegens [Z] BV rechtsgeldig is en dat Bavaria als pandhouder zelfstandig bevoegd is tot inning, waardoor zij niet aan de Ontvanger hoeft te betalen. Ook oordeelt het hof dat het rechtmatig gebruik van contractuele rechten door Bavaria niet onrechtmatig is jegens de Ontvanger. De vordering van de Ontvanger wordt daarom afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van de Ontvanger af en bevestigt het pandrecht van Bavaria op de vordering jegens [Z] BV.