ECLI:NL:GHSHE:2004:AR4314
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Van Schaik-Veltman
- Keizer
- Claassens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing verbod uitvoering werkstraf wegens niet-verjaring executierecht
In deze zaak vordert de wettelijk vertegenwoordigster van een minderjarige dochter een verbod aan de Staat om een opgelegde werkstraf van 120 uren ten uitvoer te leggen. Zij stelt dat de termijn voor uitvoering is verstreken en dat het recht tot executie is verjaard. De voorzieningenrechter wees de vordering af, omdat de straf niet zonder medewerking van de dochter kan worden uitgevoerd.
Het hof oordeelt dat de dochter wel belang heeft bij de vordering indien het recht tot executie zou zijn vervallen, maar verwerpt het standpunt dat het recht tot executie verjaard is. Het hof stelt dat de termijn voor uitvoering pas begint te lopen vanaf het moment dat het vonnis executabel is, wat in deze zaak pas na het arrest van 2 juli 2003 het geval was.
De late betekening van het vonnis aan de dochter op 20 maart 2003 wordt niet als onredelijk beoordeeld, mede omdat eerder een vruchteloze betekeningpoging was gedaan. De vordering van appellante wordt daarom afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het verbod op uitvoering van de werkstraf af omdat het recht tot executie niet is verjaard.