ECLI:NL:GHSHE:2004:AR2571
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Schaik-Veltman
- Sterk
- Keizer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ziektekostenverzekeraar na ongeval kind op bouwlocatie
Op 14 juni 2000 is een toen 7-jarig kind van een graafmachine gevallen op een bouwlocatie, waarbij het een gecompliceerde bovenbeenfractuur opliep. De ziektekostenverzekeraar VGZ vorderde vergoeding van de verzorgingskosten van de aannemer die de bouwlocatie beheerde, stellende dat onvoldoende veiligheidsmaatregelen waren getroffen.
De rechtbank kende de vordering toe, stellende dat de aannemer onrechtmatig had gehandeld door onvoldoende afzetting van de bouwlocatie. Het hof vernietigt dit vonnis en oordeelt dat de aannemer niet onrechtmatig heeft gehandeld. De bouwput was met hekken afgezet en de overige locatie met rood-witte linten, wat gebruikelijk is bij civieltechnische werken.
Het hof overweegt dat de graafmachine zelf geen bijzonder gevaar opleverde en dat de kans op een ongeval niet zodanig was dat een strengere afzetting noodzakelijk was. De stellingen van VGZ over de gevaren worden onvoldoende onderbouwd. De vordering wordt daarom afgewezen.
In de vrijwaringszaak wordt de aannemer niet ontvankelijk verklaard omdat zij geen belang meer heeft. De gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten van het principaal appel. VGZ wordt veroordeeld in de proceskosten van eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: De vordering van VGZ wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatige gevaarzetting door de aannemer.