ECLI:NL:GHSHE:2004:AR2567
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Waaijers
- Spoor
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens niet-tijdige appeldagvaarding in pensioenvordering
Appellante was sinds 1988 administratief medewerkster bij Comab en raakte in 1997 arbeidsongeschikt. Zij vorderde nakoming van pensioentoezegging en betaling van achterstallige pensioenpremies. In eerste aanleg werd haar vordering afgewezen. In hoger beroep stelde zij dat de arbeidsovereenkomst niet was beëindigd en eiste zij alsnog nakoming.
Het hof oordeelde dat de eerste appeldagvaarding niet tijdig ter griffie was ingediend, waardoor de aanhangigheid verviel. Een tweede dagvaarding, ingediend na het verstrijken van de appeltermijn, kon niet als herstel van het procesgebrek worden gezien maar moest als een zelfstandige dagvaarding worden beschouwd. Dit leidde tot niet-ontvankelijkheid van appellante in haar vorderingen.
Comab werd in het gelijk gesteld en appellante werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. Het hof bevestigde daarmee het belang van strikte naleving van procesregels bij het instellen van hoger beroep.
Uitkomst: Appellante werd niet ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens niet tijdige dagvaarding en veroordeeld in de proceskosten.