ECLI:NL:GHSHE:2004:AQ5897
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.M. Bongaarts
- J. Swinkels
- D.G. Barmentlo
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek lijfrentepremies en bewijslastomkering in inkomstenbelasting 1997
Belanghebbende, die tot 1996 een agrarisch bedrijf dreef en in 1997 een maatschap met zijn echtgenote had, stelde de aftrek van betaalde lijfrentepremies als persoonlijke verplichting op zijn onzuivere inkomen in 1997 ter discussie. Tevens werd betwist of de Inspecteur de bewijslast terecht had omgekeerd en of artikel 45c van de Wet inkomstenbelasting 1964 in strijd was met Europees recht.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende het melkveebedrijf in Nederland had geliquideerd en de opbrengst had aangewend voor aankoop van een Deens melkveebedrijf, waarbij de lijfrente werd bedongen als tegenprestatie voor een storting in geld aan een BV. De resultatenrekening van de BV gaf geen getrouw beeld van de varkensactiviteit, die negatieve resultaten liet zien. Het Hof oordeelde dat de lijfrente niet als tegenprestatie voor overdracht van een onderneming kon worden aangemerkt en dat de aftrek van lijfrentepremies daarom niet was toegestaan.
Verder faalde het beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat geen beleid van de Inspecteur was gebleken dat aftrek in vergelijkbare gevallen werd toegestaan. De bewijslastomkering hoefde niet te worden beoordeeld nu de aftrek werd geweigerd. Ook werd geoordeeld dat artikel 45c Wet IB niet in strijd was met het Europese recht. Het beroep werd ongegrond verklaard en het griffierecht werd niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1997 wordt gehandhaafd zonder aftrek van lijfrentepremies.