ECLI:NL:GHSHE:2004:AP6860
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vermogensetikettering woonhuis als ondernemingsvermogen in inkomstenbelasting
Belanghebbende voerde bezwaar aan tegen de aanslag inkomstenbelasting over 1998, waarbij het geschil zich richtte op de vraag of het woonhuis tot het privé-vermogen of ondernemingsvermogen behoort. Het hof constateerde dat belanghebbende vanaf het begin het woonhuis tot haar ondernemingsvermogen heeft gerekend en dat deze keuze binnen de grenzen van de redelijkheid lag, mede omdat vanuit het woonhuis toezicht op de bedrijfsgebouwen kon worden uitgeoefend.
Het hof verwierp het beroep van belanghebbende om terug te komen op deze vermogensetikettering, verwijzend naar vaste jurisprudentie dat een gemaakte keuze niet kan worden herzien indien de aanslag onherroepelijk is geworden. Ook werd het beroep op gelijke behandeling afgewezen omdat de situatie niet vergelijkbaar was met eerdere uitspraken.
Het hof concludeerde dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren die herstel van de gemaakte keuze rechtvaardigen en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat vermogensetikettering bindend is na onherroepelijke aanslag en benadrukt het belang van redelijkheid en zakelijke dienstbaarheid van het woonhuis aan de onderneming.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt verworpen; het woonhuis behoort terecht tot het ondernemingsvermogen.