ECLI:NL:GHSHE:2004:AP4621
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- Claassens
- Rothuizen
- Wabeke
- Rechtspraak.nl
Schorsing voorlopige hechtenis na overschrijding termijn in hoger beroep
De verdachte is veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf wegens overtreding van de Opiumwet en de Wet wapens en munitie en zit sinds maart 2003 in voorarrest. Na meerdere verlengingen werd de zaak op 8 maart 2004 pro forma behandeld en het onderzoek geschorst voor maximaal drie maanden. Door verzuim van het Openbaar Ministerie werd de zaak echter niet binnen die termijn hervat.
Het hof stelt dat de overschrijding van de drie maanden termijn, bedoeld in art. 282 lid 2 Sv Pro, niet automatisch leidt tot het einde van de voorlopige hechtenis in hoger beroep, omdat art. 415 Sv Pro deze bepaling niet van toepassing verklaart. De verdachte verzocht daarop om opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis, waarbij persoonlijke omstandigheden en de onzekerheid over de zaak werden aangevoerd.
Het hof weegt het strafvorderlijke belang van voortzetting van de hechtenis tegen de vertragingen die niet aan de verdachte zijn toe te rekenen, de bereidheid van de verdachte zich neer te leggen bij het vonnis, en de problematische gezinsomstandigheden. Gezien deze factoren besluit het hof de voorlopige hechtenis te schorsen onder strikte voorwaarden tot de hervatting van het onderzoek ter terechtzitting.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis wordt geschorst onder voorwaarden tot de hervatting van het onderzoek ter terechtzitting.