ECLI:NL:GHSHE:2004:AP4618

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
17 juni 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
12072/APP
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
  • Van Nierop
  • Lo-Sin-Sjoe
  • Van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 Wetboek van StrafvorderingArt. 66 Wetboek van StrafvorderingArt. 67 Wetboek van StrafvorderingArt. 67a Wetboek van StrafvorderingArt. 71 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling vertegenwoordiging niet verschenen verdachte in raadkamerzitting en verlenging voorlopige hechtenis

In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Maastricht die de verlenging van de voorlopige hechtenis van verdachte heeft bevolen. Verdachte was niet persoonlijk verschenen in de raadkamerzitting, maar had zijn raadsman gemachtigd om namens hem het woord te voeren. De raadsman werd echter de toegang tot de zitting geweigerd.

De raadsman voerde aan dat deze weigering ertoe moest leiden dat de beslissing van de raadkamer nietig werd verklaard en dat de voorlopige hechtenis van verdachte opgeheven moest worden. Het hof overwoog dat hoewel het niet ongebruikelijk is dat een raadsman namens een niet verschenen verdachte spreekt, uit de wetsbepalingen, met name artikel 23 van Pro het Wetboek van Strafvordering, niet kan worden afgeleid dat er een vertegenwoordigingsbevoegdheid bestaat of een plicht om een raadsman toegang tot de zitting te verlenen.

Het hof verwierp het verweer van de verdediging en stelde zich achter de beschikking van de rechtbank. Tevens oordeelde het hof dat de situatie zoals bedoeld in artikel 67a, derde lid, Wetboek van Strafvordering zich niet voordeed. Het hoger beroep werd dan ook afgewezen en de beschikking van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: Het hof wees het hoger beroep af en bevestigde de verlenging van de voorlopige hechtenis.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE 'S-HERTOGENBOSCH
=====================
| VOORLOPIGE HECHTENIS
=====================
Parketnummer 1e aanleg : [verdachte] 03/005196/04
Raadkamernummer : 12072/APP
Volgnummer: 09
Het gerechtshof te 's-Hertogenbosch,
gezien de akte van de griffier van de rechtbank te Maastricht d.d. 13 mei 2004, waarbij namens
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1984,
[adres],
thans preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Overmaze" te Maastricht,
hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank te Maastricht d.d. 13 mei 2004, bij welke beschikking de verlenging gevangenhouding van [verdachte] voornoemd werd bevolen.
gezien de beschikking waarvan beroep;
gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsman;
De raadsman van verdachte heeft het navolgende aangevoerd:
Verdachte heeft bij de rechtbank afstand gedaan van zijn verschijningsrecht en is derhalve niet ter zitting in raadkamer verschenen. Verdachte had zijn raadsman gemachtigd, aldus de raadsman, om namens hem het woord te voeren.
Aan de raadsman is ondanks zijn herhaaldelijk verzoek de toegang tot de zitting geweigerd waardoor hij niet in staat is geweest namens verdachte verweer te voeren.
Deze gang van zaken dient aldus de raadsman tot gevolg te hebben dat de beslissing van de raadkamer van de rechtbank nietig wordt verklaard en de voorlopige hechtenis van verdachte wordt opgeheven, zo althans verstaat het hof het gevoerde verweer.
Het hof overweegt met betrekking tot dit verweer het navolgende:
Op zich bestaat geen bezwaar tegen een optreden ter zitting in raadkamer van een raadsman als gemachtigde van een niet verschenen verdachte. In de praktijk is het ook gebruikelijk dat het hof een raadsman als gemachtigde van een niet verschenen verdachte toestaat het woord te voeren.
Daar staat tegenover dat naar het oordeel van het Hof uit de desbetreffende wetsbepalingen en met name uit het gestelde in artikel 23 van Pro het Wetboek van Strafvordering niet valt af te leiden dat er een vertegenwoordigingsbevoegdheid bestaat en derhalve ook een plicht om een raadsman als gemachtigde van een niet verschenen verdachte toegang tot de zitting te verlenen.
Nu ook anderszins het standpunt van de verdediging geen steun in het recht vindt verwerpt het Hof het gevoerde verweer;
overwegende, dat het Hof zich met de beschikking als hierboven vermeld en de gronden waarop deze berust verenigt;
overwegende, dat het Hof van oordeel is dat de situatie als bedoeld in art. 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering zich niet voordoet;
dat gelet op het bovenstaande het hoger beroep dient te worden afgewezen;
Gelet op de artikelen 66 - eerste en derde lid, 67, 67a, 71 - tweede lid en 78 van het Wetboek van Strafvordering.
BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:
Wijst af het hoger beroep;
Bevestigt de beschikking waarvan beroep;
Aldus gedaan op 17 juni 2004
door Mr. Van Nierop, als voorzitter,
Mrs. Lo-Sin-Sjoe en Van Dijk, als raadsheren
in tegenwoordigheid van Mr. Brouns, als griffier.
_______________________________
_______________________________
_______________________________
_______________________________
De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ten kennis van verdachte.
's-Hertogenbosch, 17 juni 2004
Gezien d.d.
De directeur van Pen. Inr. te Maastricht.