ECLI:NL:GHSHE:2004:AP4369

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
17 juni 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
12077/APP
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
  • Van Nierop
  • Lo-Sin-Sjoe
  • Van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80 SvArt. 81 SvArt. 82 SvArt. 83 SvArt. 84 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen schorsing voorlopige hechtenis tegen wil verdachte

De rechtbank had op vordering van het openbaar ministerie de voorlopige hechtenis van verdachte geschorst onder de voorwaarde dat hij zich zou laten opnemen in de Glenn Mills school. Verdachte was niet gehoord voorafgaand aan deze beslissing en had zich ook niet bereid verklaard om aan deze voorwaarde te voldoen.

Verdachte stelde hoger beroep in tegen deze schorsingsbeschikking. Het hof overwoog dat het Wetboek van Strafvordering geen expliciete bepaling bevat die verdachte het recht van hoger beroep geeft wanneer tegen zijn wil een schorsingsvordering wordt toegewezen. Het hof vond echter dat het recht geweld zou worden aangedaan als verdachte in zo'n situatie geen appelmogelijkheid zou hebben.

Het hof achtte verdachte daarom ontvankelijk in hoger beroep en vernietigde de beschikking van de rechtbank. Vervolgens wees het hof de vordering van het openbaar ministerie tot schorsing van de voorlopige hechtenis af, omdat verdachte duidelijk had verklaard onder de gegeven omstandigheden geen schorsing te wensen en zich niet te willen laten opnemen in de Glenn Mills school.

De uitspraak benadrukt het belang van het recht van verdachte om gehoord te worden en zijn wil te respecteren bij schorsingsbeslissingen die ingrijpende voorwaarden bevatten.

Uitkomst: Het hof verklaart verdachte ontvankelijk in hoger beroep en wijst de schorsingsvordering van het openbaar ministerie af.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE 'S-HERTOGENBOSCH
=====================
| VOORLOPIGE HECHTENIS
=====================
Parketnummer 1e aanleg : [verdachte] 01/053045/04
Raadkamernummer : 12077/APP
Volgnummer: 12
Het gerechtshof te 's-Hertogenbosch,
gezien de akte van de griffier van de rechtbank te 's-Hertogenbosch d.d. 8 april 2004, waarbij namens
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1987,
[adres],
hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank te 's-Hertogenbosch d.d. 2 juni 2004, bij welke beschikking
het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van [verdachte] voornoemd is toegewezen.
gezien de beschikking waarvan beroep;
gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsman;
overwegende, met betrekking tot de ontvankelijkheid van het hoger beroep;
dat op vordering van de officier van justitie de rechtbank de voorlopige hechtenis van verdachte heeft geschorst met onder meer als voorwaarde dat hij zich laat opnemen in de “Glenn Mills school”; dat verdachte niet is opgeroepen om in raadkamer te verschijnen noch op andere wijze op de vordering is gehoord; dat verdachte zich evenmin bereid heeft verklaard zich aan schorsingsvoorwaarden te houden; dat verdachte vanuit het huis van bewaring is overgebracht naar de “Glenn Mills school”, waar het regiem aldus verdachte zodanig is dat hij niet de vrijheid heeft zich aan het toezicht van die school te onttrekken en te gaan en te staan waarheen hij wil;
dat artikel 87, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering, voorzover van belang, bepaalt dat de verdachte die voor de eerste maal aan de rechtbank schorsing van de voorlopige hechtenis heeft verzocht van een afwijzende beslissing op dat verzoek bij het hof in hoger beroep kan komen;
dat artikel 87 van Pro dat Wetboek geen bepaling inhoudt waarbij aan een verdachte hoger beroep toekomt wanneer tegen zijn wil een verzoek tot schorsing wordt toegewezen zoals in de onderhavige zaak het geval is;
dat naar het oordeel van het hof een dergelijke situatie zo uitzonderlijk is dat er van uitgegaan dient te worden dat hiermede door de wetgever geen rekening is gehouden;
dat naar het oordeel van het hof het recht geweld zou worden aangedaan wanneer verdachte bij een beslissing op een vordering tot schorsing van het openbaar ministerie geen appelmogelijkheid zou hebben wanneer deze beslissing strijdig is met zijn verdachte’s wil en naar zijn, verdachte’s oordeel in strijd is met zijn belang;
dat derhalve aansluiting gezocht dient te worden bij de bepaling van artikel 87, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering en dat deze bepaling zodanig dient gelezen te worden dat verdachte tevens hoger beroep kan instellen wanneer tegen zijn wil op vordering van het openbaar ministerie of ambtshalve een schorsing wordt uitgesproken;
Op grond van het vorenstaande acht het hof verdachte ontvankelijk in zijn hoger beroep;
overwegende, dat de beroepen beslissing niet in stand kan blijven nu verdachte ter zitting in hoger beroep heeft verklaard dat hij onder de huidige omstandigheden geen schorsing wenst en dat hij zich zeker niet wenst te doen opnemen in de “Glenn Mills school”;
dat de vordering van het openbaar ministerie gelet op het vorenstaande alsnog afgewezen dient te worden;
Gelet op de artikelen 80 t/m 88 van het Wetboek van Strafvordering.
BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:
Wijst toe het hoger beroep;
Vernietigt de beschikking waarvan beroep;
Wijst af de vordering van het openbaar ministerie tot schorsing van de voorlopige hechtenis;
Aldus gedaan op 17 juni 2004
door Mr. Van Nierop, als voorzitter,
Mrs. Lo-Sin-Sjoe en Van Dijk, als raadsheren
in tegenwoordigheid van Mr. Brouns, als griffier.
_______________________________
_______________________________
_______________________________
_______________________________
De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ten kennis van verdachte.
's-Hertogenbosch, 17 juni 2004
Gezien d.d.
De directeur van te .