ECLI:NL:GHSHE:2004:AP4367
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- Van Nierop
- Lo-Sin-Sjoe
- De Bruijne
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering tot verlenging voorlopige hechtenis wegens opheffing hechtenis
De rechtbank heeft op 18 mei 2004 bij eindvonnis bepaald dat het bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven zodra de duur van deze hechtenis gelijk is aan die van de onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf. Tegen deze beslissing heeft het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Het hof overweegt dat vanaf de door de rechtbank bedoelde einddatum geen voorlopige hechtenis meer bestaat. Verlenging van een niet (meer) bestaande voorlopige hechtenis is niet mogelijk. De advocaat-generaal heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd om te stellen dat sprake is van een evidente misslag of kennelijke verschrijving.
Daarom verklaart het hof de advocaat-generaal niet-ontvankelijk in zijn vordering tot verlenging van de voorlopige hechtenis. De tenuitvoerlegging van deze beschikking wordt gelast en ter kennis gebracht aan de verdachte.
De uitspraak is gedaan op 3 juni 2004 door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarbij de raadsheren Van Nierop (voorzitter), Lo-Sin-Sjoe en De Bruijne betrokken waren.
Uitkomst: De advocaat-generaal is niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot verlenging van de voorlopige hechtenis.