ECLI:NL:GHSHE:2004:AP0967

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
26 februari 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01/02386
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • T. Blokland
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:8 Wet inkomstenbelasting 2001Art. 8:9 Wet inkomstenbelasting 2001Art. 8:9a Wet inkomstenbelasting 2001Art. 8:75 Algemene wet bestuursrechtArt. 22 belastingverdrag Nederland-Marokko
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2001

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar verzoek om voorlopige teruggaaf van inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2001. Tijdens de zitting op 12 februari 2004 te 's-Hertogenbosch, waar belanghebbende niet aanwezig was, heeft het hof het onderzoek met gesloten deuren verricht. De Inspecteur was wel aanwezig en gehoord.

De kern van het geschil is dat belanghebbende in 2001 geen belastbaar inkomen in Nederland genoot en niet in de heffing van Nederlandse loon- of inkomstenbelasting was betrokken. Ook haar echtgenoot was niet in de heffing betrokken, mede omdat de belastingheffing over zijn WAO-uitkering volgens het belastingverdrag tussen Nederland en Marokko aan Marokko was toegewezen. Hierdoor kan noch belanghebbende noch haar echtgenoot aanspraak maken op heffingskortingen voor dat jaar.

Op grond van de artikelen 8:8, 8:9 en 8:9a van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 heeft het hof geoordeeld dat het beroep ongegrond is en de beschikking van de Inspecteur, die het verzoek om voorlopige teruggaaf afwees, terecht is gehandhaafd. Het hof zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. De mondelinge uitspraak werd op 26 februari 2004 gedaan en schriftelijk bevestigd op 9 maart 2004.

Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de afwijzing van de voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2001 is ongegrond verklaard.

Uitspraak

BELASTINGKAMER
Nr. 01/02386
HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH
PROCES VERBAAL MONDELINGE UITSPRAAK
Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, twaalfde enkelvoudige Belastingkamer, op het beroep van mevrouw X te Y (Marokko) (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het hoofd van de eenheid particulieren/ondernemingen buitenland te Heerlen van de rijksbelastingdienst (hierna, evenals de Voorzitter van het managementteam van het onderdeel Belastingdienst/Limburg, de thans ten aanzien van belanghebbende bevoegde inspecteur, aan te duiden als: de Inspecteur) op het bezwaarschrift van belanghebbende betreffende de beschikking voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2001.
Het onderzoek ter zitting
Het onderzoek ter zitting heeft met gesloten deuren plaatsgehad ter zitting van 12 februari 2004 te 's-Hertogenbosch. Ter zitting is namens de Inspecteur verschenen en gehoord mevrouw C. Belanghebbende is niet verschenen.
De griffier heeft verklaard dat hij belanghebbende aangetekend bij op 8 januari 2004 naar het van haar bekende adres in Marokko verzonden uitnodiging, waarvan een afschrift tot de stukken behoort, heeft kennis gegeven van datum, plaats en tijdstip van de zitting. Uit het eveneens tot de stukken behorend bericht van ontvangst, waarop door het postkantoor in Marokko een stempelafdruk is geplaatst vermeldende de datum 22 januari 2004 als datum van terugzending van het bericht, blijkt dat de uitnodiging tijdig haar bestemming heeft bereikt.
De beslissing
Het Hof verklaart het beroep ongegrond.
De gronden
1. Belanghebbende is in 2001 niet in de heffing van Nederlandse loon-/inkomstenbelasting betrokken. Zij genoot in dat jaar in Nederland geen belastbaar inkomen. Voorts is belanghebbende in 2001 niet in de heffing van Nederlandse premie volksverzekeringen betrokken.
2.1. Ook belanghebbendes echtgenoot is in 2001 niet in de heffing van Nederlandse loon-/inkomstenbelasting betrokken. Hij genoot in dat jaar in Nederland geen belastbaar inkomen. Op de WAO-uitkering van belanghebbendes echtgenoot vanuit Nederland is in 2001 geen loonbelasting ingehouden in verband met de omstandigheid dat de belastingheffing over die uitkering ingevolge artikel 22 van Pro het belastingverdrag tussen Nederland en Marokko (Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belastingen naar het inkomen en naar het vermogen) aan Marokko is toegewezen.
2.2. Ook belanghebbendes echtgenoot is in 2001 niet in de heffing van Nederlandse premie volksverzekeringen betrokken. Op voormelde WAO-uitkering is in 2001 geen premie volksverzekeringen ingehouden in verband met de omstandigheid dat belanghebbendes echtgenoot vanaf 1 januari 2000 niet meer verplicht verzekerd is voor de Nederlandse volksverzekeringen, dit doordat met ingang van evengenoemde datum artikel 26 van Pro het Besluit Uitbreiding en Beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 kwam te vervallen. Die bepaling, voor zover hier van belang, luidde dat verzekerd op grond van de volksverzekeringen is de persoon die buiten Nederland is gaan wonen en op de dag van zijn vertrek recht had op een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Dat belanghebbendes echtgenoot, die vanaf 1 januari 2000 niet meer verplicht verzekerd is voor de Nederlandse volksverzekeringen, een zogenoemde vrijwillige verzekering AOW/Anw heeft afgesloten, is voor de beantwoording van de in geschil zijnde vraag niet van belang.
3. Gelet op de artikelen 8:8, 8:9 en 8:9a van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 brengt het vorenstaande mee dat belanghebbende noch haar echtgenoot voor 2001 aanspraak kan maken op enige heffingskorting. De Inspecteur heeft bij de bestreden uitspraak terecht voormelde beschikking, houdende afwijzing van belanghebbendes verzoek om een voorlopige teruggaaf, gehandhaafd.
Proceskosten
Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.
Aldus gedaan door T. Blokland, lid van voormelde Kamer, en voor wat betreft de beslissing in tegenwoordigheid van P.H.A. Calis, griffier, in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2004.
Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden op: 9 maart 2004
Het aanwenden van een rechtsmiddel:
U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van deze uitspraak dit gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke (Postadres: Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch).
Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak bedraagt het griffierecht voor belanghebbende € 51.
Het bestuursorgaan is voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak een griffierecht van € 204,50 verschuldigd.
De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.
Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.