ECLI:NL:GHSHE:2004:AP0459
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Stevens
- Waaijers
- Rechtspraak.nl
Veroordeling werkgever tot schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag hoofd verplegingsdienst
De werknemer, hoofd verplegingsdienst sinds 1983, werd ontslagen wegens vermeend disfunctioneren en arbeidsongeschiktheid. Hij stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was omdat de werkgever onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte en de arbeidsongeschiktheid mede door het handelen van de werkgever was veroorzaakt.
De kantonrechter oordeelde in eerste aanleg dat het ontslag kennelijk onredelijk was en kende een schadevergoeding van €118.000 toe. De werkgever ging in hoger beroep tegen dit oordeel en de hoogte van de vergoeding.
Het hof stelde vast dat de werkgever onvoldoende had aangetoond dat de werknemer ernstig disfunctioneerde en dat de wijze van ontslag onzorgvuldig was, met name doordat de werknemer geen inzage kreeg in het rapport waarop het disfunctioneren was gebaseerd. De psychische klachten van de werknemer waren een gevolg van deze onzorgvuldige benadering.
Het hof oordeelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en dat de werknemer recht had op een schadevergoeding. Gezien de omstandigheden, waaronder de lange diensttijd en beperkte herplaatsingsmogelijkheden, stelde het hof de vergoeding vast op €75.000 bruto, waarbij de kantonrechtersformule niet werd toegepast.
De eerdere uitspraak werd vernietigd en het vonnis aangepast. Proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, terwijl de werkgever de kosten in eerste aanleg moest dragen.
Uitkomst: De werkgever is veroordeeld tot betaling van €75.000 bruto schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag zonder passende voorzieningen.