ECLI:NL:GHSHE:2004:AO9892
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Harmsen
- Rothuizen-van Dijk
- De Lange
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens ongecontroleerd gebruik van tomatenloof als afvalstof in strijd met milieuwetgeving
In deze zaak stond verdachte terecht voor het zich ontdoen van tomatenloof, dat het hof kwalificeerde als afvalstof, door dit buiten een inrichting op of in de bodem te brengen zonder de vereiste ontheffingen. De zaak betrof het ongecontroleerde gebruik van tomatenloof, een reststof van de tomatenteelt, die niet voorkomt op de lijst van meststoffen en waarvoor geen ontheffing was verleend.
De verdediging voerde aan dat tomatenloof geen afvalstof zou zijn, mede op basis van Europese richtlijnen en het feit dat het tomatenloof nuttig kan worden toegepast als bodemverbeteraar. Het hof verwierp dit verweer omdat het zich ontdoen van afvalstoffen centraal staat in de kwalificatie, ongeacht de mogelijke milieuhygiënische toepassingen. Ook ontbraken nationale en Europese voorschriften die het tomatenloof als uitzondering zouden vrijstellen.
Het hof stelde vast dat verdachte als producent van afvalstoffen moet worden aangemerkt en dat het tomatenloof op ongecontroleerde wijze werd verspreid, wat schadelijk kan zijn voor het milieu. Vanuit het oogpunt van generale preventie achtte het hof strafoplegging passend en legde een voorwaardelijke geldboete van €1.500 op met een proeftijd van twee jaar.
Het hoger beroep leidde tot vernietiging van het eerdere vonnis en een nieuwe bewezenverklaring en veroordeling. De strafbaarheid van verdachte werd bevestigd, en het hof sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van €1.500 wegens het ongecontroleerd op de bodem brengen van tomatenloof als afvalstof.